3-18 Grap, droom en onbewuste

Bijgewerkt op: 1 mrt. 2020

Boek 3 post 18: pagina 479 - 497 (totaal aantal gelezen pagina's: 1931)


Nog rond de 60 pagina's te gaan van het derde boek. Met dank aan lezeres Anna Verduin (@avermin.art op Instagram) voor het mogen gebruiken van haar kunst in deze blog!

Het laatste hoofdstuk van 'De grap...' is het Theoretische deel. Vandaag de eerste paragraaf: 'De relatie van de grap met de droom en met het onbewuste'.


Soms zijn de persoonlijke anekdotes of inleidingen van Freud toch wel de leukste om te lezen, zeker wanneer het vervolg van de tekst een hoog theoretische gehalte bevat. Zo begint dit hoofdstuk met een noot over zijn boek De droomduiding. Al eerder in 'De grap en haar relatie met het onbewuste' werd de overeenkomst tussen grap en droom vluchtig aangehaald. Alvorens Freud uitweidt over de relatie tussen deze producten van de psyche, vraagt hij zich af of de lezer wel bekend is met zijn theorie over dromen. Op bijna aandoenlijke wijze geeft hij weer hoe zijn boek De droomduiding in zijn kringen ontvangen werd, en hoe sterk hij in zijn theorie over dromen geloof schept:

De uitwerking van deze vergelijking [tussen droom en grap] zou ons veel gemakkelijker vallen als wij de eerste van de vergeleken termen - de droomarbeid - bekend mochten veronderstellen. Maar waarschijnlijk doen wij er beter aan dat niet te doen; ik heb de indruk gekregen alsof mijn in 1900 verschenen boek over droomduiding meer verbluffing dan illuminatie bij de vakgenoten teweeg heeft gebracht en weet dat bredere lezerskringen ermee volstaan hebben de inhoud van het boek te reduceren tot een slogan (wensvervulling), die zich vlot laat onthouden en gemakkelijk laat misbruiken. Maar bij mijn voortgezette studie van de daar behandelde problematiek, waartoe mijn medische praktijk als psychotherapeut ruimschoots aanleiding geeft, ben ik op niets gestuit dat een wijziging of correctie van mijn gedachten zou hebben geëist, en ik kan daarom rustig afwachten tot het begrip van mijn lezers mij achterop is gekomen of tot een oordeelkundige kritiek de fundamentele fouten in mijn opvatting heeft aangetoond. (p.479)

Na deze intro recapituleert hij een aanzienlijke stukje 'droomtheorie' waarin o.a. de termen manifeste en latente droominhoud, droomarbeid, verschuiving, verdichting, voorbewuste, regressie en censuur kort toegelicht worden (terug te lezen in de blogs over De droomduiding). Evenals de eerdere korte tekst over de droomduiding uit 1901 (een samenvatting van De droomduiding), is ook deze samenvatting van het omvangrijke werk dat ik vorig jaar 'doorgespit' heb, fijn om te lezen vanwege zijn beknopte helderheid. Zelfs de inhoud van het laatste, ingewikkelde theoretische hoofdstuk van De droomduiding vat hij nu kernachtig samen en helpt ons als aanknopingspunt bij het begrijpen van de relatie tussen droom en grap dat verderop aan bod komt: (ik herhaal het hier voor het gemak)

De prestatie van de droomarbeid kan als volgt worden beschreven. Een meestal zeer gecompliceerd samenstel van gedachten, dat overdag is opgebouwd en toen niet afgewikkeld werd - een dagrest - houdt ook gedurende de nacht het erdoor opgeëiste energiequantum - de interesse - vast en dreigt de slaap te storen. Deze dagrest wordt door de droomarbeid in een droom veranderd en onschadelijk voor de slaap gemaakt. Om de droomarbeid een aanknopingspunt te bieden moet de dagrest geschikt zijn voor wensvorming, een bepaald niet moeilijk te vervullen conditie. De uit de de droomgedachten voortkomende wens vormt het voorstadium en later de kern van de droom. (p.480)

Zo zat het dus met dromen. Verdergaand in zijn samenvatting over dromen lezen we opnieuw een persoonlijke ervaring van Freud over de tegenstand die hij ontmoette in zijn ontdekkingen over het onbewuste. Ook al is het niet perse relevant voor de theorie die we vandaag bespreken, ik citeer het toch omdat het een interessante inkijk geeft in de psyche van de grootmeester zelf en zijn (en ons) alsmaar uitbreidende begrip over het onbewuste:

Ik heb vaak de ervaring opgedaan dat mensen die het onbewuste bestrijden omdat het absurd of onmogelijk zou zijn, hun indrukken niet geput hadden uit de bronnen die mij althans tot erkenning van zijn bestaan hebben genoopt. (...) Ze hadden zich nooit gerealiseerd dat het onbewuste iets is waarvan men werkelijk geen weet heeft, terwijl men zich door dwingende conclusies genoopt ziet h