Deel 1-10 De tegenwil

Bijgewerkt op: 8 jan. 2019

Boek 1 post 10: pagina 137 - 150


Het hoofdstuk met de lange titel "Een geval van genezing door hypnose, benevens opmerkingen over het ontstaan van hysterische symptomen door de 'tegenwil'" heeft als publicatiedatum 1892-93 en verscheen als artikel in een tijdschrift/vakblad voor hypnose.


Het artikel beschrijft een patiënte van Freud, die pas in staat was haar baby borstvoeding te geven nadat zij met hypnose behandeld werd. Zij leed aan allerlei fysieke kwalen die het geven van borstvoeding belemmerden, waaronder pijn bij het aanleggen van de baby aan de borst, gebrek aan eetlust en spijsverteringsproblemen. Door de beeldende schrijfstijl van Freud leest de ziektegeschiedenis als een kort verhaal, waarbij juist de (enigszins) overbodige informatie zijn vertelkunst onderstreept:

"Ik trof haar met hoogrode wangen in bed aan, woedend dat zij het kind niet kon zogen, een onvermogen dat bij elke poging sterker werd en waartegen zij zich uit alle macht verzette." (p. 141) (...) "Ik werd niet als welkome redder in de nood begroet, maar duidelijk slechts met tegenzin geaccepteerd en mocht op niet al te veel vertrouwen rekenen." (p.141) (...)

Met slechts twee hypnotische behandelingen weet hij de vrouw te genezen.

"Ik had hier niets meer te zoeken. De vrouw zoogde het kind acht maanden lang en ik was vaak in de gelegenheid mij als vriend van de goede gezondheid van moeder en kind te vergewissen." (p.142)

Foto's uit persoonlijke collectie ansichtkaarten


De tekst vervolgt met een theoretische uitleg over het psychische mechanisme dat tot de stoornis heeft geleid, waarvan ik mijn best zal doen deze in eigen woorden te vatten.

Freud legt uit dat we als mens voornemens kunnen hebben (ik wil zus en zo gaan doen) en verwachtingen (dit of dat zal mij gaan gebeuren) en dat beide een bepaald affect (gevoel of emotie) kunnen oproepen. Welk gevoel dat is hangt af van de subjectieve onzekerheid die we over het voornemen ervaren. We maken ons daar voorstellingen van (zogenoemde pijnlijke contrastvoorstellingen) bijvoorbeeld dat het ons niet gaat lukken, dat het voornemen te moeilijk is etc. Ook bij verwachtingen kan dit spelen, in de zin dat er tegenverwachtingen op kunnen komen, dus het bedenken van allerlei (angstige/nadelige) mogelijkheden die eventueel kunnen gebeuren (denk daarbij aan de verwachtingen bij een fobie).

Een persoon met, volgens Freud, 'een gezond voorstellingsleven' (p. 143), kan deze contrastvoorstellingen en tegenverwachtingen remmen en onderdrukken - dat wat bij de neurosen (waaronder hysterie) nou juist niet lukt. Bij de neurotici komt dit tot uitdrukking evenwel als pessimisme (gedrukte stemming doordat we geloven ons voornemen niet te kunnen waarmaken) of in de verschijning van talrijke fobieën (allerlei angstige verwachtingen t.o.v. bepaalde situaties of voorwerpen). De niet-neuroticus onderdrukt of remt de angstige voorspellingen (contrastvoorstellingen) dus, de neuroticus versterkt deze juist. Bij mensen met