Deel 1-17 Dwang en fobie samengevat

Bijgewerkt op: 7 feb. 2019

Boek 1 post 17: pagina 236 - 245


Nog een kort hoofdstuk voor het langere hoofdstuk "Manuscripten" begint - waar ik morgen mee zal starten. De titel van dit hoofdstuk is Dwangvoorstellingen en fobieën en bevat veel van wat Freud eerder al schreef in De afweerneuropsychosen (zie blog 14). Het leest vlot weg vanwege de reeds eerder geïntroduceerde termen en inzichten. Hij lijkt het hier net iets compacter uit te leggen - en voegt een paar subtiele aanvullingen toe. Voor mij gelegenheid om kort het onderscheid tussen de dwang en de fobie samen te vatten - zoals door Freud getheoretiseerd. Hij legt het zo helder uit dat ik een paar citaten niet kan laten.


Dwangvoorstellingen en fobieën zijn verschillende neurosen, zo stelt Freud. Hij sluit de traumatische dwangvoorstellingen en fobieën buiten (bijvoorbeeld het steeds zien van een voorbijrazende auto nadat men ooit door een auto geschept is geweest) en brengt deze onder bij de symptomen van de hysterie.


Een dwangvoorstelling bevat steeds 2 elementen:

a. een voorstelling die zich aan de patiënt opdringt en

b. een geassocieerd affect

Bij dwang kan het affect naast angst ook twijfel, wroeging of woede zijn.


Freud stelt dat het affect de hoofdzaak vormt van de dwang, terwijl de dwangvoorstelling sterk kan variëren (bij dezelfde persoon). Twijfelaars kunnen aan van alles twijfelen - terwijl het gevoel hetzelfde blijft. Het affect is volgens Freud altijd gerechtvaardigd - de patiënt heeft duidelijke redenen waarom hij ergens dwangmatig over denkt en kan die redenen beargumenteren. Wat maakt de dwangvoorstelling dan pathologisch? Het affect is blijvend en de dwangvoorstelling is "niet meer de juiste, oorspronkelijke voorstelling, gerelateerd aan de etiologie van de dwangvoorstelling, maar een vervanging daarvan, een substituut." (p. 239) (Herinner de 'onverenigbare voorstelling' uit een vorig blog). Dit constateert hij omdat men in de voorgeschiedenis telkens de oorspronkelijke voorstelling kan vinden waarna de dwangvoorstelling ontstaan is.

"De vervangen voorstellingen hebben kenmerken gemeen, ze passen bij werkelijk pijnlijke indrukken uit het seksuele leven die het individu getracht heeft te vergeten. Hij heeft alleen de onverenigbare voorstelling weten te vervangen door een andere, die zich slecht leent voor een associatie met het affect, dat op zijn beurt hetzelfde is gebleven. Deze mésalliance [noot: eerder gebruikte Freud de term valse verbinding] tussen affect en geassocieerde voorstelling zorgt voor de absurditeit die zo typerend is voor dwangvoorstellingen." (p. 239)

Wat volgt zijn een aantal korte casussen die te leuk zijn om jullie te onthouden: (los geciteerd uit Freud's tekst, met enkele weglatingen - p. 240-241)

- Een jongeman, student medicijnen die zichzelf alle mogelijke immorele handelingen verweet - hij zou zijn nicht hebben vermoord, zijn zuster ontmaagd, een huis in brand gestoken enz. Het kwam zelfs zover dat hij de straat op moest om te zien of hij niet ook nog de laatste voorbijganger had vermoord. Herstel van de substitutie: Hij was geschokt toen hij in een medisch boek las