Deel 2-19 Verschuivingsarbeid

Bijgewerkt: mrt 8

Boek 2 post 19: pagina 289 - 304 (totaal aantal gelezen pagina's 1174)


Een wat theoretische blog vandaag jongens!

Verdichtingsarbeid, daar waren we. We bevinden ons in het zesde hoofdstuk van De droomduiding. Freud legde al een en ander hierover uit. Verdichtingsarbeid in de droom kwam erop neer dat één voorstelling/element dat zich in de droom manifesteert, meerdere droomgedachtes (latente droominhoud) kan vertegenwoordigen, en dat één droomgedachte op zijn plaats naar meerdere droomelementen kan verwijzen. De paragraaf sluit af met een uitgebreid voorbeeld, maar daarin was de strekking lastig te volgen wegens de woordverwijzingen die enkel in het Duits overeind bleven. De voorbeelden sla ik over, maar Freud introduceert nog kort een term die de verdichtingsarbeid goed illustreert: de verzamelpersoon/mengpersoon in de droom. De verzamelpersoon is de persoon die in de droom optreedt en die, tijdens de analyse van de droom, in feite naar twee of meer personen verwijst, namelijk door de werkelijke trekken van twee of meer personen tot één droombeeld te verenigen. Het tastbaarst wordt de verdichtingsarbeid van de droom wanneer hij woorden en namen als object heeft gekozen. In het algemeen behandelt de droom woorden vaak als dingen, en deze worden dan op dezelfde wijze geassembleerd als dingvoorstellingen (p.293). Hierna volgt, wat ongetwijfeld in het originele Duits een knap staaltje analyseerwerk is, een aantal voorbeelden die zich niet goed laten vertalen en die ik genoodzaakt ben over te slaan.


Wat betreft de relatie tussen de manifeste droominhoud en de latente droomgedachten spreekt Freud naast verdichtingsarbeid ook over verschuivingsarbeid. Samen vormen ze de belangrijkste middelen om de droom voor de censuur acceptabel te maken - aldus H. Stroeken (Psychoanalytisch Woordenboek).

"Wij konden waarnemen dat de elementen die zich in de droominhoud als de wezenlijke bestanddelen op de voorgrond dringen, in de droomgedachten volstrekt niet dezelfde rol spelen. Als correlaat hierop kan men deze stelling ook omdraaien. Wat in de droomgedachten onmiskenbaar de wezenlijke inhoud is, hoeft in de droom totaal niet vertegenwoordigd te zijn. De droom is als het ware anders gecentreerd, de inhoud ervan rond andere elementen als middelpunt geordend dan de droomgedachten." (p.300-301)

Het onderwerp (persoon of object) dat in de droom dus een prominente rol toebedeeld krijgt, kan in de latente droomgedachten volstrekt onbelangrijk zijn en naar associaties verwijzen die weinig met het gedroomde te maken hebben, maar wel van (emotioneel) belang zijn. Dit is het proces van verschuiving.

In de droom over de meikevers (opgenomen in de vorige blog), die de betrekkingen van seksualiteit met wreedheid als onderwerp heeft, is het element van de wreedheid wel weer in de droominhoud verschenen, maar in een andersoortige verwevenheid en zonder dat van seksualiteit gewag wordt gemaakt, dus uit het verband gerukt en daardoor tot iets vreemds omgevormd. Zulke dromen maken met goed recht een ‘verschoven’ indruk. Overigens komt het ook voor in dromen dat de verschillende elementen wél de plaats kunnen behouden die ze in de droomgedachten innemen.


In het wakende leven kiezen en (ik zou zeggen) 'herkauwen' we voorstellingen uit een zee van gebeurtenissen. We 'kiezen' juist die voorstellingen die wij een psychische waarde (een bepaalde graad van interesse) toekennen. Voorstellingen met een hoge psychische waarde trekken onze mentale aandacht. De ervaring leert ons nu dat deze waarde van de verschillende elementen in de droomgedachten niet bewaard blijft of irrelevant is voor de droomvorming. Met andere woorden; in de droomgedachten pikken we de relevante en beladen thema's er zo uit, maar in de droom zelf zijn die elementen soms minderwaardig. Het wekt aanvankelijk de indruk alsof de psychische intensiteit van de verschillende voorstellingen volkomen irrelevant is voor de droomselectie, en alsof daarentegen alleen hun meer of minder veelzijdige determinering een rol speelt.


Van de 'overdeterminering' (elke voorstelling in de droom leidt tot meerdere, verschillende droomgedachten in de analyse) zou men kunnen zeggen dat dit vanzelfsprekend en geen belangwekkend gegeven is. Dit is immers het proces van de droomduiding, waarbij men uitgaat van de droomelementen en alle invallen die daarbij aanknopen noteert; het is dan niet verwonderlijk dat in het aldus verkregen gedachtemateriaal juist deze elementen zeer vaak zijn terug te vinden. Maar juist de vele gedachten die opgeroepen worden vormen de kern van de verbinding tussen droom en droomgedachten:

"[V]eel van de gedachten die door de analyse aan het licht worden gebracht, staan verder van de kern van de droom af en zien eruit als gekunstelde inlassingen met een bepaald doel. Hun doel is gemakkelijk in te zien; juist zij brengen een verbinding, veelal geforceerd en gezocht, tussen droominhoud en droomgedachten tot stand; als deze elementen uit de analyse werden verwijderd, zou voor de bestanddelen van de droominhoud dikwijls niet alleen de overdeterminering, maar iedere toereikende determinering door de droomgedachten wegvallen. Zo komen wij tot de conclusie dat de meervoudige determinering, die over de droomselectie beslist, waarschijnlijk niet altijd een primaire factor in de droomvorming is, maar vaak een secundair product van een ons nog onbekende psychische macht. Desondanks moet ze van betekenis zijn voor de vraag of een bepaald element in de droom belandt of niet, want wij kunnen waarnemen dat ze met een zekere inspanning tot stand wordt gebracht als ze niet zonder hulp uit het droommateriaal ontstaat." (p.302-303)

Het wordt nog theoretischer:

"De gedachte ligt nu voor de hand dat bij de droomarbeid een psychische macht tot gelding komt die enerzijds de psychisch hoogwaardige elementen van hun intensiteit ontdoet en anderzijds via overdeterminering uit minderwaardige elementen nieuwe waarden creëert, die vervolgens in de droominhoud komen. Als dit aldus toegaat, heeft bij de droomvorming een overdracht en verschuiving van de psychische intensiteiten der onderscheidene elementen plaatsgevonden, ten gevolge waarvan zich het tekstuele verschil tussen droominhoud en droomgedachten voordoet. Het proces dat wij aldus vooronderstellen, is zonder meer het voornaamste aspect van de droomarbeid: het verdient de naam van droomverschuiving. Droomverschuiving en droomverdichting zijn de beide meesterknechts aan wier werkzaamheid wij de vormgeving van de droom in hoofdzaak mogen toeschrijven. (...) Het gevolg van deze verschuiving is dat de droominhoud weinig meer van de kern der droomgedachten weg heeft, dat de droom enkel een vervorming van de droomwens in het onbewuste weergeeft. De droomvervorming is ons echter al bekend; wij hebben haar toegeschreven aan de censuur die de ene psychische instantie in het gedachteleven tegenover een andere uitoefent. (p.303).

Samenvattend is verschuiving een minimale ingreep die het beoogde doel echter uitstekend kan bereiken en daarom het meeste gebruikt wordt. Alles is aanwezig in de droom, maar op een misleidende manier: het emotionele accent is geplaatst op een onbetekenend detail, niet op het conflictueuze punt zelf, waardoor de dingen toch onduidelijk kunnen blijven voor degene die droomt. De dromer zelf is de enige die kan vertellen waar het emotionele centrum van de droom gelegen is (ontleend aan H. Stroeken - Psychoanalytisch woordenboek). Wat uiteindelijk in de droom terecht komt is volgens Freud ontsnapt aan de censuur van de weerstand.

Merkwaardig dat Freud voor de processen van verdichting en verschuiving de woordvervoeging arbeid gebruikt - een woord dat insinueert dat men een bewust werk verricht. Zoals ik het begrijp, zijn er toch bovenal, onbewuste krachten in het spel.



Vorige blog

Volgende blog

Voor suggesties, vragen of opmerkingen, graaf eerst in uzelf. Als dat u niet lukt:

  • Facebook Social Icon
  • White Instagram Icon

© 2018 by Reading Freud

  • Facebook - Black Circle
  • Black Instagram Icon