3-02 Het vergeten van namen

Bijgewerkt op: 8 mrt. 2020

Boek 3 post 02: pagina 71 - 100 (totaal aantal gelezen pagina’s 1544)


Vanuit de bergen van Oostenrijk lezen wij verder in 'Psychopathologie van het dagelijks leven'.

Vandaag een kort verslag van hoofdstuk II en III uit dit boek, waarin respectievelijk het vergeten van woorden uit vreemde talen en het vergeten van namen en woordreeksen uit de eigen taal behandeld worden. Inhoudelijk verschilt de uitleg niet veel van die van het eerste hoofdstuk (vorige blog). Met andere woorden, ook in de niet-moedertaal vergeten we woorden en kunnen we het vergeten woord herleiden naar een verscholen, verdrongen motief dat verklaart waarom uitgerekend dat specifieke woord ons niet te binnen wil schieten.


Zo haalt Freud in hoofdstuk II een voorbeeld aan van een jonge collega die een Latijns gedicht reciteert en daarin een woord vergeet. Freud geeft de smekende jongeman het correcte, ontbrekende woord, waarop deze zich afvraagt hoe hij nu juist dat woord vergeten kon zijn. Freud vraagt hem alle invallen die het woord bij hem oproepen, te vertellen. Zo herleidt Freud via diverse associaties die bij de jongeman opkomen, waarom dit specifieke woord de jongeman niet te binnen wilde schieten. Een aantal van de associaties leidde naar onplezierige gedachtegangen, die de jongeman liever buiten zijn bewustzijn had willen houden. Het vergeten woord had hem (mogelijk) met die gedachtegangen in contact gebracht, waardoor hij (onbewust) dit woord uit het gedicht had weggelaten. In tegenstelling tot het 'Signorelli' voorbeeld uit het eerste hoofdstuk, was er in dit geval geen voorafgaande gedachte die medeverantwoordelijk was waardoor het betreffende woord 'vergeten' werd. De verstoring in de reproductie van het juiste woord volgde in dit huidige voorbeeld juist uit de inhoud van het aangesneden onderwerp en zou dus voortkomen uit een verdrongen innerlijk protest.


In hoofdstuk III bouwt Freud aan de hand van een groot aantal voorbeelden verder aan een algemeen leidend principe dat onder het vergeten van namen schuilgaat. Bij de meeste analyses geldt dat het volgen van de aan de vergeten naam verbonden associaties, onprettig is voor de persoon, omdat ze telkens tot pijnlijke en intieme zaken leiden. Van alle voorbeelden die Freud aanhaalt blijft volgens hem het gemeenschappelijke kenmerk dat men wat vergeten of verminkt wordt (de naam) langs een of andere associatieve weg in verband brengt met een onbewuste gedachte-inhoud.

Ook bij de voorbeelden die Freud van zichzelf aanhaalt, stelt hij vast dat de aan zijn bewustzijn onttrokken naam iedere keer in verband staat met een onderwerp dat zijn persoon rechtstreeks aangaat en veelal pijnlijke gevoelens weet op te wekken. Anders geformuleerd, de aan het bewustzijn onthouden naam heeft een 'persoonlijk complex' in hem aangeroerd.


Een voorbeeld van Freud zelf: (…) ik kan de achternaam niet vinden van een patiënt die tot de relaties uit mijn jeugd behoort. De analyse volgt een lange omweg voordat ze mij de gezochte naam oplevert. De patiënt had uitdrukking gegeven aan zijn angst het licht in de ogen te verliezen; dit riep de herinnering wakker aan een jongeman die door een schot blind was geworden; daarmee verbond zich weer het beeld van een andere jongen: deze had zichzelf met een vuurwapen verwond en droeg dezelfde naam als de eerste patiënt, hoewel hij geen familie van hem was. De naam vond ik echter pas toen het tot mij doordrong dat ik een bepaalde angstige verwachting had overgedragen van deze beide juveniele gevallen op een persoon uit mijn eigen familie. (p. 8