3-05 De verlezing en de verschrijving

Bijgewerkt op: 8 mrt. 2020

Boek 3 post 05: pagina 156 - 180 (totaal aantal gelezen pagina's 1622)


Degene die deze blog al een tijdje volgt is inmiddels vertrouwd geraakt met de klassieke muziek die ik zo nu en dan toevoeg. In de onstuimige herfstmaanden is het mijn gewoonte de symfonieën van Beethoven te luisteren (stormachtig als ze zijn), maar Mozart blijkt toch ook te passen, althans, deze prachtige opening (Kyrie) van de Mis in C mineur (1785), o.l.v. Leonard Bernstein, is op de Matthäus Passion na één van de mooiste koorwerken die ik ken. De lage begintonen lijken de herfst aan te kondigen, dan het koor dat losbarst als een wind die alle schillen van de ziel wegblaast en de adembenemende sopraansolo die het hart als een smeulende poel doet gloeien. Warmte voor ons innerlijk in koude dagen. Even in de hemel vertoeven onder het lezen...


(De muziek begint na een halve minuut - zie hoe Bernstein even zijn ogen sluit en de stilte lijkt uit te nodigen alvorens hij zich aan de muziek overgeeft.)


Freud werkt in 'Psychopathologie van het dagelijks leven' een hele lijst met Fehlleistungen (lapsussen) door. Zo zullen onder meer nog het 'misgrijpen', en 'vergissingen' aan bod komen. Maar vandaag volgen, na eerder de 'verspreking' behandeld te hebben, de 'verschrijving' en de 'verlezing'. Immers, wij spreken soms niet alleen een onbewuste gedachte "per ongeluk" uit, wij maken gelijksoortige fouten in ons lezen en schrijven. Freud behandelt in dit hoofdstuk geen nieuwe theorie want hij stelt dat bij deze vergissingen grofweg hetzelfde psychisch mechanisme werkzaam is als bij de verspreking. Beide fenomenen worden in dit hoofdstuk dan ook louter beschreven aan de hand van talrijke voorbeelden, waarvan sommige voorzien van een uitgebreide analyse.


Een aantal mensen vroeg mij naar persoonlijke voorbeelden, of ik mij toch ook zo nu en dan niet schuldig maakte aan versprekingen of verschrijvingen? Ongetwijfeld ontglippen mij verkeerde woorden op ongewenst ogenblikken, maar naar voorbeelden graven in mijn geheugen levert tot dusver geen opvallende resultaten op. Ik ben er nogal op gespitst mezelf niet voor schut te zetten en kies mijn woorden vaak nauwkeurig. Ik heb nooit veel aandacht aan versprekingen besteed, tot ik me meer en meer in de psychoanalyse ben gaan verdiepen. Schrijven (dagboeken en verhalen) doe ik al meer dan 15 jaar, en daarin zullen toch ook wel 'verschrijvingen' voorkomen, maar schiet me ook zo niets te binnen. In het digitale rijk is dit ook weer een ander verhaal. Typefouten zijn simpelweg niet te vergelijken met de 'verschrijvingen' waarover Freud spreekt. We maken constant typefouten omdat onze vingers de verkeerde toetsen raken, wat niet betekent dat daar nu telkens een verkeerd woord mee getypt wordt dat ook nog eens een onbewuste drijfveer kent. Een verkeerd woord schrijven vind ik ook anders dan een verkeerd woord typen. In een e-mail per ongeluk de r vergeten in hatelijke groeten, is veel sneller als een typefout te duiden (die maken we immers veel vaker) dan wanneer met het zou schrijven. Althans, voor mij geldt dat het aantal schrijffouten in het niet valt in vergelijking tot het aantal typefouten.


Bij nader inzien schiet me alsnog een voorbeeld te binnen van een vervorming van een woord toen ik een jaar of vier was en logeerde bij mijn tante. We spraken samen over fantasie, wat ik een fascinerend woord en concept vond maar wat ik telkens als santafie uitsprak. Daarover moesten we hartelijk lachen en het bleef lange tijd ons grapje, waarbij alleen wij wisten waar het over ging. Maar of dit door kan gaan voor een echte verspreking, dat weet ik niet.