3-06 Met onbewuste opzet

Bijgewerkt op: 8 mrt. 2020

Boek 3 post 06: pagina 181 - 205 (totaal aantal gelezen pagina's 1646)


We beginnen met muziek die rustig maakt: John Tavener (1944) - The Lamb, gezongen door Daniel Taylor en The Trinity Choir.


Het boek 'Psychopathologie van het dagelijks leven' leest tot nu toe vlot door. De hoofdstukken bestaan met name uit voorbeelden, waarvan ik enkele interessante overneem, en stukjes aanvullende theorie en uitleg. De verklaringen die Freud toeschrijft aan de eerder genoemde missers (versprekingen, verschrijvingen, verlezingen) verschillen nauwelijks van de in het volgende hoofdstuk beschreven lapsussen. Vandaag staat centraal: Het vergeten van indrukken en voornemens. Ook bij deze fenomenen trekt Freud de conclusie dat zij haast nooit anders dan door een gevolg van onbewuste opzet geschieden. Ja, dat is een doordenkertje, onbewuste opzet.


Wij zijn geneigd aan te nemen dat het vergeten een spontaan proces is, maar zien daarbij over het hoofd dat wat wij onthouden (en dus wat we vergeten) een uitermate persoonlijk aangelegenheid is. Laat twee mensen een willekeurige gebeurtenis meemaken en men zal bij het beschrijven van die gebeurtenis merken dat men totaal verschillende aspecten uit de observaties oplicht, waaruit spreekt dat men individueel zeer verschillende zaken opgeslagen en vergeten heeft. Freud interesseert zich in dit hoofdstuk in het bijzonder voor het vergeten dat verbazing oproept, dus van zaken die we hadden moeten weten, maar die men plots kwijt is. Zijn voorbeelden gaan dus uitdrukkelijk niet om het vergeten wat de hele dag plaatsvindt, namelijk het niet opslaan (en dus vergeten) van triviale zaken, zoals wat men vier dagen geleden gegeten heeft.


Conceptionary (Instagram)

Freud verschaft ons een aantal voorbeelden van het vergeten waar men iets neergelegd heeft, waarvan dit een persoonlijk voorbeeld van hem is: (p. 185-186)

Een ding verleggen betekent niets anders dan vergeten waar men het gelegd heeft, en zoals de meeste mensen die met geschriften en boeken in de weer zijn, weet ik goed de weg op mijn schrijftafel en kan het gezochte met één greep voor de dag halen. Wat in andermans ogen wanorde is, is voor mij historisch gegroeide orde. Waarom heb ik echter onlangs een mij toegestuurde boekencatalogus zo verlegd dat hij onvindbaar is gebleven? Ik was immers van plan om een boek dat ik daarin geadverteerd zag, Über die Sprache, te bestellen, omdat het is geschreven door iemand van wiens spirituele, levendige stijl ik houd en wiens inzicht in de psychologie en kennis van de cultuurgeschiedenis ik naar waarde weet te schatten. Ik denk dat ik juist daarom de catalogus verlegd heb. Het is namelijk mijn gewoonte om boeken van deze auteur ter informatie aan mijn kennissen uit te lenen, en enkele dagen geleden werd mij door iemand gezegd terwijl hij een boek teruggaf: 'De stijl herinnert me sterk aan die van u en ook de denktrant is dezelfde.' De spreker besefte niet wat hij met deze opmerking aanroerde. Jaren geleden, toen ik jonger was en meer behoefte had om me bij anderen aan te sluiten, zei een oudere collega, die ik de geschriften van een bekende auteur op medi